Klee ontmoet Ensor

Exposition
€10
Gratuit avec pass musées
Nous n'avons pas reçu la traduction complète de cette exposition. Il est possible qu'une partie du contenu ne soit pas dans la bonne langue.

Op het eerste gezicht lijken Paul Klee (1879-1940) en James Ensor (1860-1949), alsook hun werk, totaal van elkaar te verschillen. Niet alleen behoren beide kunstenaars tot een andere generatie, ook door hun afkomst en nationaliteit onderscheiden ze zich. Doch bij nader toezien kunnen we gemeenschappelijke kenmerken ontdekken.

Wat hen beiden typeert is de zin voor het groteske en de satire. Al in 1904 bestudeerde Klee naast het grafisch werk van Beardsley, Blake en Goya in het Kupferstichkabinett in München, eveneens het grafisch werk van James Ensor. Het is dankzij hun gemeenschappelijke vriend, de Zwitserse kunstenaar Jacques-Ernst Sonderegger (1882-1956) dat Paul Klee het werk van James Ensor nog beter leert kennen.
Zowel Ensor als Klee hanteren in sommige van hun gravures een similaire grillige beeldentaal die zich onderscheidt door een ogenschijnlijke maar bedrieglijke naïviteit. Verschillende prenten, zowel van Ensor als van Klee, refereren aan straatgraffiti, aan kindertekeningen of aan tekeningen van zogenaamde zwakzinnigen. De Duitse psychiater en kunsthistoricus Hans Prinzhorn (1886-1933) verwees eveneens naar Ensor in zijn publicatie Bildnerei der Geisteskranken (1922) die op Paul Klee een blijvende indruk zal achterlaten.

Wat Klee en Ensor allebei fascineert is de wereld van het theater en de marionet. In talrijke prenten, tekeningen en schilderijen beelden Ensor en Klee, elk op hun idiosyncratische manier, de groteske wereld van de vermomming en van de ‘transfiguratie’ uit.
Ook in talrijke karikaturen spotten beiden met hun tijdgenoten en stellen wantoestanden aan de kaak.

De tentoonstelling in het Ensorhuis in Oostende, waarbij een selectie van werken zal worden getoond, heeft de bedoeling om de parallellen tussen beide kunstenaars aan het licht te brengen. Het zal in België een primeur zijn dat werken van beide kunstenaars op een intieme manier worden geconfronteerd en in dialoog gaan met elkaar. Dit dankzij de vrijgevige bruiklenen van het Zentrum Paul Klee, Bern en Mu.ZEE en de Ensorstichting, Oostende.

Op het eerste gezicht lijken Paul Klee (1879-1940) en James Ensor (1860-1949), alsook hun werk, totaal van elkaar te verschillen. Niet alleen behoren beide kunstenaars tot een andere generatie, ook door hun afkomst en nationaliteit onderscheiden ze zich. Doch bij nader toezien kunnen we gemeenschapp…

Op het eerste gezicht lijken Paul Klee (1879-1940) en James Ensor (1860-1949), alsook hun werk, totaal van elkaar te verschillen. Niet alleen behoren beide kunstenaars tot een andere generatie, ook door hun afkomst en nationaliteit onderscheiden ze zich. Doch bij nader toezien kunnen we gemeenschappelijke kenmerken ontdekken.

Wat hen beiden typeert is de zin voor het groteske en de satire. Al in 1904 bestudeerde Klee naast het grafisch werk van Beardsley, Blake en Goya in het Kupferstichkabinett in München, eveneens het grafisch werk van James Ensor. Het is dankzij hun gemeenschappelijke vriend, de Zwitserse kunstenaar Jacques-Ernst Sonderegger (1882-1956) dat Paul Klee het werk van James Ensor nog beter leert kennen.
Zowel Ensor als Klee hanteren in sommige van hun gravures een similaire grillige beeldentaal die zich onderscheidt door een ogenschijnlijke maar bedrieglijke naïviteit. Verschillende prenten, zowel van Ensor als van Klee, refereren aan straatgraffiti, aan kindertekeningen of aan tekeningen van zogenaamde zwakzinnigen. De Duitse psychiater en kunsthistoricus Hans Prinzhorn (1886-1933) verwees eveneens naar Ensor in zijn publicatie Bildnerei der Geisteskranken (1922) die op Paul Klee een blijvende indruk zal achterlaten.

Wat Klee en Ensor allebei fascineert is de wereld van het theater en de marionet. In talrijke prenten, tekeningen en schilderijen beelden Ensor en Klee, elk op hun idiosyncratische manier, de groteske wereld van de vermomming en van de ‘transfiguratie’ uit.
Ook in talrijke karikaturen spotten beiden met hun tijdgenoten en stellen wantoestanden aan de kaak.

De tentoonstelling in het Ensorhuis in Oostende, waarbij een selectie van werken zal worden getoond, heeft de bedoeling om de parallellen tussen beide kunstenaars aan het licht te brengen. Het zal in België een primeur zijn dat werken van beide kunstenaars op een intieme manier worden geconfronteerd en in dialoog gaan met elkaar. Dit dankzij de vrijgevige bruiklenen van het Zentrum Paul Klee, Bern en Mu.ZEE en de Ensorstichting, Oostende.

Op het eerste gezicht lijken Paul Klee (1879-1940) en James Ensor (1860-1949), alsook hun werk, totaal van elkaar te verschillen. Niet alleen behoren beide kunstenaars tot een andere generatie, ook door hun afkomst en nationaliteit onderscheiden ze zich. Doch bij nader toezien kunnen we gemeenschappelijke kenmerken ontdekken.

Wat hen beiden typeert is de zin voor het groteske en de satire. Al in 1904 bestudeerde Klee naast het grafisch werk van Beardsley, Blake en Goya in het Kupferstichkabinett in München, eveneens het grafisch werk van James Ensor. Het is dankzij hun gemeenschappelijke vriend, de Zwitserse kunstenaar Jacques-Ernst Sonderegger (1882-1956) dat Paul Klee het werk van James Ensor nog beter leert kennen.
Zowel Ensor als Klee hanteren in sommige van hun gravures een similaire grillige beeldentaal die zich onderscheidt door een ogenschijnlijke maar bedrieglijke naïviteit. Verschillende prenten, zowel van Ensor als van Klee, refereren aan straatgraffiti, aan kindertekeningen…

Heures d’ouverture

au

Localisation

La Maison de James Ensor
Vlaanderenstraat 27
8400 Oostende
La Maison de James Ensor
Vlaanderenstraat 27
8400 Oostende

Accès

€10
Gratuit avec pass musées

Avantage extra avec votre pass musées

    Voyagez facilement et à prix réduit en train

    NMBS Ostende

Prêt pour votre visite de cette exposition ?

© Toerisme Oostende vzw

Prêt pour votre visite de cette exposition ?

Ne prenez pas un ticket à l’unité : faites un choix malin avec le pass musées. Vous pourrez visiter non seulement ce musée, mais aussi 268 autres en Belgique. Pendant un an, pour seulement 64,95 €.
© Toerisme Oostende vzw